New York

imagesCA2MSWFI‘You know, I should have been born in New York, man. I should have been born in the Village! That’s where I belong’ (John Lennon 1970)

Eind 2013 publiceerde ik met vormgever-fotograaf Ton Wienbelt het boek De Magie van New York dat nu juist de bijzondere plekken van New York laat zien. Wij kregen veel media-aandacht, prachtige recensies in o.a. FD en Het Parool en zaten met De Magie in maar liefst drie televisieprogramma’s. De eerste druk was binnen een paar weken weg. Snel dus een nieuwe druk en wij praten momenteel zelfs over een Engelse vertaling. U merkt het, wij zijn er trots op. een boek is nu eenmaal als het ware een kind van je. Iets van je zelf! Het was echt een feest om het te mogen maken. New York is een elektrificerende stad. een stad die je nooit meer los laat als je er in duikt. Hieronder een stukje uit het boek. De inleiding:

New York. Stad van superlatieven. 28.000 restaurants, 14.000 gele taxi’s, de legale, en nog veel meer illegale. Wij hebben veel landgenoten gevraagd wat er nu zo magisch is aan New York. Meestal verscheen er in ons land van ‘doe maar gewoon’ dan meteen een glimlach op het gezicht. Twinkelende ogen. Zelfs iets wat op verliefdheid leek. Een uitroep, een kreet: ‘Helemaal te gek’, ‘Wat een stad’ of ‘Ik wil er meteen weer naar toe!’ Deze love affair is zo vanzelfsprekend dat mensen er maar weinig woorden voor nodig hebben. New York? ‘It says it all!’ Maar toch, wat is precies die magie van New York? Wat maakt New York tot de stad der steden? Er zal altijd iets mysterieus blijven kleven aan die magie. Iets wat je niet kunt definiëren. Iets van een gevoel ook dat je niet echt onder woorden kunt brengen. Of zoals Simone de Beauvoir het uitdrukte: ‘There is something in the New York air that makes sleep useless’. F. Scott Fitzgerald schreef in de Great Gatsby: The city seen from the Queensboro Bridge is always the city seen for the first time, in its wild promise of all the mystery and the beauty in the world’.

Wij willen een poging wagen iets van de magie van New York voelbaar en zichtbaar te maken. Wat de stad in ieder geval anders maakt is de enorme diversiteit. Geen New Yorker kan claimen dat zijn etnische groep of zijn religie een dominant stempel op de stad drukt. Diversiteit maakt creatief. In Manhattan, op een relatief klein gebied, zijn al die culturen samengeperst op één territorium. Daar moet wel iets bijzonders uit voortkomen. Het is dringen, maar de landtong Manhattan biedt alle inwoners toch volop de gelegenheid hun eigenheid te beleven en te koesteren: Chinatown, Little Italy, Koreatown, Little Brasil, Harlem en Spanish Harlem en ga zo maar door. Wij ontdekten zelfs nog sporen van Klein Deutschland in de straten tussen de Upper East Side en het Carl Schurtzpark. Een schier eindeloze schakering aan culturen. Die bonte verscheidenheid maakt dat een ieder zichzelf kan zijn zoals in geen andere stad ter wereld. Wie New York bezoekt, voelt zich bevrijd. New Yorkers kijken niet zo gauw van iets of iemand op. Dat merkte John Lennon toen hij er met Yoko Ono ging wonen. In de song New York City, de opvolger van Imagine, riep hij dan ook uit:   ‘Well nobody came to bug us, hustle us or shove us So we decided to make it our home if the Man wants to shove us out we gonna jump and shout The Statue of Liberty said, ‘Come!’’

New York is na de tragedie van nine eleven weer populairder dan ooit. De hotels zitten stampvol en op Times Square lijkt het nog drukker dan voorheen. Susan Wall, de vice president van NYC&Company, het conventie- en bezoekersbureau, zegt: ‘New York City is de plaats waar de wereld zaken doet. Wij zijn de hoofdstad van de media, de publiciteitsfirma’s, de entertainmentindustrie, de mode en de financiële dienstverlening. Onze internationale bijeenkomsten breken alle bezoekersrecords.’ New Yorkers zijn niet bescheiden maar dat kan ook niet anders. Om te overleven in deze stad met zijn moordende concurrentie op alle gebieden moet je van roestvrij staal zijn en hartstochtelijk in jezelf geloven.

In deze ‘rat race’ zijn er genoeg verliezers. Wie New York echt wil leren kennen, zou naast een bezoek aan de ‘gouden torens’ van Donald Trump op Fifth Avenue en bij Central Park ook eens naar de Lower East Side moeten afzakken om de zo verschillende gezichten van de stad van vroeger en nu te leren kennen. De Lower East Side met zijn nieuwe galleries en boutiques is sterk in opkomst. Dat het een ruige, verpauperde buurt was kun je hier en daar nog wel zien in de centrale Orchard Street en omgeving. Daar vind je van die typische huizenblokken met ijzeren buitentrappen. Nu trendy toen pure armoede. Het Tenement Museum is in feite nog zo’n originele huurkazerne voor arme immigranten uit de negentiende eeuw die helemaal in tact is gelaten. Er sliepen wel tot vijfentwintig arme sloebers in één vertrek. Niet alleen in de Lower East Side was veel armoede. Iets naar het zuiden in het huidige Chinatown ligt het sfeervolle Columbus Park waar als het weer het maar even toelaat honderden Chinese families zitten te kaarten of een ander spel spelen. Maar in de negentiende eeuw was dit gebied ronduit een hel op aarde met de meest schrijnende armoede die je je kunt voorstellen. Charles Dickens bezocht hier Five Points, de beruchtste sloppenwijk van de toen bekende wereld, en was verbijsterd over wat hij aantrof: ‘From every corner, as you glance about you in these dark retreats, some figure crawls half-awakened, as if the judgment-hour were near at hand, and every obscene grave were giving up its dead. Where dogs would howl to lie, women, and men, and boys slink off to sleep, forcing the dislodged rats to move away in quest of better lodgings.’ Stad van contrasten. Dat vooral ook maakt de stad zo interessant. De zoetgevooisde White Christmas song van Irving Berlin maakt New York in wintertijd nog meer betoverend dan de stad al is met die vele kerstbomen en luxe kerstetalages van Macy’s, Saks en al die andere warenhuizen en shops op Fifth en Madison. Maar het was ook in deze stad dat diezelfde Berlin als Russisch immigrantenkind in armoede opgroeide. Hij is z’n afkomst nooit vergeten en van hem is de uitspraak: ‘Everybody ought to have a Lower East Side in their life.’

Juist die rauwheid is zeker ook New Yorks. New York is een louterende stad. Wie hier vooruit wil kan, nee, moet aan de slag. New York trekt veel jonge mensen aan. Overal in Manhattan zitten de bars en restaurants vol met twintigers en dertigers. Het wemelt er van de studenten en kunstenaars die afkomen op het stadse intellectuele en culturele klimaat en op de vele prestigieuze topopleidingen. En er zijn alleen al in Chelsea honderden kunsthallen. De schrijver Hans Habe was in 1964 al verrast over hoe vanzelfsprekend het voor New Yorkers blijkbaar is om van het enorme cultuuraanbod gebruik te maken en te genieten. Hij bezocht een concert van de wereldberoemde Pablo Casals in de grote vergaderzaal van de Verenigde Naties waar in de regel politici en diplomaten bivakkeren: ‘In de zaal zaten nu studenten, New Yorkse dames, muziekliefhebbers, zwarte intellectuelen – en op ongewone plaatsen wat diplomaten. Niemand, of bijna niemand, was “gekleed”; de meeste heren waren in wandelkostuum, de mensen hadden jassen en bontmantels op hun schoot gelegd, bijna alsof ze terloops waren binnengekomen om een filmjournaal te zien. Maar juist die informele vanzelfsprekendheid gaf de middag iets bijzonder plechtigs. In New York raak je gewend aan het ongewone. Ik kreeg het gevoel alsof deze tweeduizend mensen na het concert “en bloc” verder zouden trekken, naar een tentoonstelling misschien, en van daar weer naar een toneelstuk of een lezing. En niet alleen deze tweeduizend. Half New York schijnt onafgebroken onderweg te zijn, van tentoonstellingen naar concerten, van opera’s naar debatavonden… De cultuur kleedt zich in New York niet op haar zondags maar draagt de overall der vooruitgang.’    ‘A city on the move’. Een mensenmassa als een mierenhoop in de asfaltjungle. Op Times Square bruist de champagne. Ik ken geen plek in de wereld waar zoveel zintuigen tegelijk zo geprikkeld worden. Er is het lawaai van het verkeer, maar toch ook de stilte van de parken. In de Ravine in Central Park waan je je in een lieflijk dal in Oostenrijk.

In februari 1996 kwam ik met dat fenomeen New York pas echt voluit en onontkoombaar in aanraking. Als Amerika-commentator van het actualiteitenprogramma Brandpunt mocht ik samen met meester-televisieverteller en journalist Cees Overgauw voor het eerst op de Nederlandse televisie het onderwerp ‘Hollanders in New York’ maken. Geweldig! Wij trokken de hele stad door. Spraken met de zwarte burgemeester David Dinkins, maar ook met de Holland Dames, New Yorkse aristocratische dames die nog afstammen van de eerste generaties Hollanders, die over het algemeen goed geboerd hadden. Wij interviewden zo’n deftige dame in haar chique, zeventien kamers tellende appartement op Park Avenue. Inderdaad, goed geboerd. Wat een adembenemend uitzicht op het Waldorf Astoria! We waren verbaasd over de vele Nederlandse invloeden. We spraken met Charles Gehring, de Duits-Amerikaanse wetenschapper van het New Netherlands Institute die de geschiedenis van de stad bestudeert en dan met name de Hollandse invloed. New York en Amsterdam lijken op elkaar. ‘Iedere keer als ik Amsterdam Centraal Station uitwandel, is het alsof ik in New York ben. Die diversiteit, die sfeer.’ Gehring vertelde ook ‘dat alle Amerikaanse schoolboeken herschreven zouden moeten worden, want het waren beslist niet de Britten die verantwoordelijk waren voor de tolerantie en vrijheid die wortel schoten op het grondgebied van het huidige New York maar de Nederlanders.’ Dit alles maakt wel duidelijk waarom Amsterdam zich zo nauw betrokken voelde en zo’n belangrijke rol gespeeld heeft bij de viering van 400 jaar New York in 2009. (Henry Hudson voer in 1609 in dienst van de Verenigde Oostindische Compagnie met de Halve Maen af naar Amerika.)

Maar het is opvallend dat ook andere Nederlandse steden een warme band koesteren met New York en zich graag spiegelen aan de Amerikaanse metropool. Rotterdam heeft het fameuze hotel New York met daarvoor de Wilhelminakade waarvandaan vele Nederlanders de tocht naar Amerika ondernamen. De Holland-Amerika lijn is een begrip aan beide zijden van de Atlantische Oceaan. De S.S. Rotterdam ligt te pronken in de haven en de stad wordt door zijn almaar indrukwekkender wordende skyline inderdaad steeds meer een ‘Manhattan aan de Maas’. En dan Den Haag dat zich mag tooien met het predikaat ‘stad van Vrede en Recht’. De in New York zetelende Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties, Ban Ki-moon, noemde bij het 100 jarig bestaan van het Vredespaleis op 28 augustus 2013 de stad ‘het epicentrum van internationaal recht en verantwoordingsplicht.’ New York is het politieke hart van de VN, Den Haag het juridische. Datzelfde Vredespaleis kon gebouwd worden dankzij een forse financiële gift van de filantroop en vredesactivist Andrew Carnegie wiens mansion bij Centraal Park, nu een interessant museum, uiteraard een der 75 plekken in dit boek is. Bij onze verkenningstochten door New York kwamen wij er achter, dat er tot 1975 vlakbij de Brooklyn Bridge nog een Hague street is geweest. Door de bouw van een school verdween de straat, die in 1850 het nieuws haalde door een enorme explosie op de nummers 5 en 7 waarbij zevenenzestig mensen die daar aan het werk waren om het leven kwamen. Nederlanders voelen zich verbonden met de stad die de oranjeblauwe kleuren nog in het stadswapen heeft en nog vele Hollandse straatnamen kent. De stad die nog Nieuw Amsterdam heette toen er een soort van parlement werd geïnstalleerd met rechten die doorwerkten op de democratische ontwikkeling van de rest van de Verenigde Staten.

Die veelgeroemde New Yorkse tolerantie moeten we gelet op de geschiedenis wel relativeren. Het bestuur van Nieuw Amsterdam stond destijds een zekere religieuze vrijheid toe, maar die tolerantie beperkte zich wel tot de binnenkamers van de gelovigen en was vooral ingegeven door het verlangen om met iedereen, van welke overtuiging dan ook, zaken te kunnen doen. Helaas ontkwamen mede door deze alles overheersende koopmansmentaliteit ook Nieuw Amsterdam en New York niet aan de gesel van de slavernij.

Het tolerante karakter van New York dankt de stad in hoge mate aan zijn huidige inwoners. De Big Apple is een magneet en trekt talloze vrije geesten aan. Het is ongelooflijk hoe de stad na de tragedie van 11 september 2001 weer is opgebloeid. Die ongebroken veerkracht! Ik bezocht de stad temidden van alle droefenis in de weken erna. Maar ook toen zelfs was er die typische New Yorkse humor. Vlakbij de nog rokende puinhopen van Ground Zero stond een groot bord met de tekst ‘Bin Laden missed us’ en een pijl wees naar de ingang van een bar. Een enigszins toereikend antwoord op de vraag wat die magie van New York is, waar die vandaan komt, heeft u nog niet gekregen. New York is bij uitstek een stad die u zelf moet ontdekken. Die discovery begint in Manhattan en we hebben er het volste vertrouwen in, dat onze 75 plekken u verder zullen brengen. Wat ons betreft kunt u beginnen. Een mooi moment om nog even te luisteren naar die eerste zinnen van New York New York, onsterfelijk gemaakt door Frank Sinatra:

Start spreadin’ the news, I’m leavin’ today I want to be a part of it New York, New York These vagabond shoes, are longing to stray Right through the very heart of it New York, New York’