Jeb Bush presenteert zijn buitenland opvattingen

Afgelopen woensdag sprak Jeb Bush voor de prestigieuze Chicago Council for Global Affairs zijn eerste, echte buitenland toespraak uit. Jeb toonde zich een koorddanser. Aan de ene kant wilde hij, en dat was zijn belangrijkste boodschap, afstand nemen van zijn broer George W. Hij betoonde weer zijn liefde voor vader en broer, “en als het mag?” zo vroeg hij het publiek ook voor zijn moeder. Maar in de speech was hij toch vooral “his own man”. Hij benadrukte: “Mijn opvattingen zijn gevormd door mijn eigen denken en ervaringen.” Hij gaf toe dat er door broer George W. fouten zijn gemaakt in Irak. “De informatie van veiligheidsdiensten over niet conventionele wapens was niet accuraat gebleken.” De Irakese bevolking had meer dan ooit behoefte aan veiligheid na de omverwerping van Saddam Hussein en daar was niet voldoende voor gezorgd. Dat was dus een andere fout. “Maar”, aldus Bush, “het sturen van extra troepen naar Irak tijdens de zogenaamde ‘surge’ in 2007 was wel een van de meest moedige politieke daden ooit door een president gedaan.”

De speech was ook bedoeld om een alternatief te bieden voor Obama’s buitenlanddoctrine van in de eerste plaats diplomatie. De New York Times schreef van een nieuwe doctrine van ‘vrede door kracht’ die Bush presenteerde. Bush zegde toe de geloofwaardigheid van de Verenigde Staten in de wereld te herstellen door loze dreigementen zoals het herhaaldelijk trekken van een rode streep zoals in Syrië met betrekking tot een militaire aanval op het regime van president Saddad niet te zullen uiten. Obama was immers passief gebleven. President Obama voerde, aldus Bush, slechts ‘hashtag diplomatie’. Onder president Bush zouden de Verenigde Staten weer echt leidend worden. “Onze presidenten, zowel Republikeinen als Democraten, hebben de verantwoordelijkheid aanvaard in de wereldpolitiek vanuit het geloof dat de macht van Amerika goed is. Ik betwijfel of deze regering ook zo denkt.”

Bush waarschuwde dat de race van Iran om nucleaire wapens te bemachtigen ‘het bepalende buitenlandonderwerp van onze tijd is’. Hij verklaarde voorstander te zijn van een scherper sanctie-regime. Ook de strijd tegen ISIS en ‘radicaal islamitisch terrorisme’ is een van de grootste bedreigingen voor de natie en de wereld. Maar verder dan een opmerking over verhoging van de defensiebegroting kwam Bush niet. Wel moest de Amerikaanse bevolking begrijpen dat de zogenaamde afluisterpogingen van de inlichtingendiensten juist bedoeld waren om de veiligheid van de burgers te waarborgen. ‘Deze programma’s van de National Security Agency zijn buitengewoon belangrijk in onze langdurige strijd tegen het terrorisme.”

Hoewel Bush vooral een meer harde, traditionele buitenlandse politiek beschreef, oreerde hij ook nog even over zijn ‘liberty agenda’ wat gelijkenis vertoont met de freedom agenda die zijn broer voor het Midden-Oosten presenteerde. “Steeds maar weer hebben we geleerd dat als wij ons terugtrekken en niet meer de vrijheid elders beschermen, de strijd uiteindelijk sowieso onze kant opkomt – in onze steden, in onze straten en in ons luchtruim. De vijanden van de vrijheid zullen zich nooit tevreden stellen met een leven in uitsluitend hun donkere hoeken van de aarde. Uiteindelijk moeten zij Amerika aanvallen. En doen zij ook vaak.” Ook dat vergt een voortdurende betrokkenheid van de Verenigde Staten bij de wereld. Het land moet dan wel als basis economische kracht hebben. Bush sprak uit dat onder zijn leiding de economie ieder jaar minstens 4 procent moet groten. “De rijken worden rijker, de armen en de middenklassers armer.” Dat moet veranderen en van groot belang zijn daarbij de handelsakkoorden die met Azië en Europa gesloten moeten worden. In die zin steunde Bush Obama.

En zo laveerde deze Bush handig tussen de militaire interventie politiek van zijn broer ten tijde van de ‘War on Terror’ en de meer gematigde buitenland politiek van zijn vader die in het begin van de jaren negentig nog even sprak over een nieuwe Wereldorde in nauwe samenwerking met bondgenoten en internationale organisaties als de Verenigde Naties.

Tal van opmerkingen zullen traditionele hardliners en neo-conservatieven in de Republeiinse partij, en ook wel daarbuiten, bevredigd hebben maar door alleen al de fouten in Irak te benoemen nam Jeb afstand van zijn broer. Bekend werd ook dat Bush zich door zo’n twintig buitenland adviseurs lzou laten adviseren in de campagne. Daar zaten neo-conservatieven in zoals Paul Wolfowitz die zijn broer had gediend maar ook James Baker en George Shultz uit het gematigde kamp van zijn vader.  Meest opvallend was de afwezigheid van Condoleezza Rice op de lijst. Het is een publiek geheim dat deze vertrouweling van de laatste president nog steeds invloedrijk is bij alle Bushes. Maar door haar niet expliciet te noemen wil Jeb nog eens extra het signaal te geven van “I am my own man”. :

Posted in Laatste nieuws.